Pyrrhura Rhodocephala Roodkopparkiet

VERSPREIDING
De Roodkopparkiet komt voor in Westelijk Venezuela.
GROOTTE
Ongeveer 22 centimeter.
GEWICHT
55 – 70 gram

 

GEDRAG ALS HUISDIER
Ook deze Roodkopparkiet is net als de andere Pyrrhura’s mits deskundig gesocialiseerd tot huis een erg leuke en pientere vogel om als huisdier te houden.
Ze zijn altijd levendig, op zoek naar avontuur, aandacht, uitdaging en activiteit met anderen. Omdat het net als alle kromsnavels groepsdieren zijn, gedragen ze zich als onderdeel van de groep ook wanneer je er een alleen houd. Jij neemt dan de functie van de groep over en dient op de hoogte te zijn wat dat inhoud. Dit geld voor alle kromsnavels.
De Rhodocephala is groter dan de andere Pyrrhura ondersoorten, zelfs iets groter dan de Perlata die al flink is. Desalniettemin blijft het een perfect formaat voor in de gemiddelde huiskamer waar ze als acrobaten door de lucht moeten kunnen scheren. Dit houd ze in conditie in combinatie met verantwoorde voeding.

Klik hier om uw Roodkopparkiet te reserveren

GESLACHTSONDERSCHEID
Er zijn geen uiterlijke verschillen tussen man en pop waarneembaar. Voor geslachtsbepaling kan dna of endoscopisch onderzoek uitsluitsel geven. Jonge vogels onderscheiden zich van hun ouders het eerste half jaar. Vaak zijn de snavels nog niet volledig zwart. Het is al wel zichtbaar een Lepida, enkel zal door rui de kleurintesiviteit allen maar toenemen. Wat het tot uiteindelijk een heel aantrekkelijk om de zien vogeltje maakt.

UITERLIJK
Kop en masker: Voorhoofd en schedel oranjerood, soms rood. Achterhoofd en nek donkerbruingrijs. Wangen rood tot roodbruin. Oorstreek grijswit tot bruingeel, soms iets rood. Rond het oog een onbevederde grijze ring.
Vleugels: Vleugeldekveren groen. Vleugelbocht rood, vleugelzoom groen, met enkele rode veertjes. Grote buitenste vleugelpennen groenblauw. Ondervleugel groen.
Lichaam: Hals, borst en zijkanten nek bruin/groen, met een grijsbruine tot geelrode V-vormige omzoming. Flanken groen. Buik overwegend groen. Midden-onderbuik bruinrood. Mantel groen. Rug bruinrood. Stuit overwegend bruinrood, plaatselijk groen.
Staart: Bovenstaartdekveren aan de basis iets groen, vrij snel overgaand in bruinrood. Onderstaart bruinrood.
Ogen: Bruin.
Poten: Grijs, nagels grijszwart
Snavel: Grijszwart tot grijsbruin.
SOCIALE EIGENSCHAPPEN
Als men deze vogels wat aandacht geven zal men al snel zien dat de vogel vertrouwen krijgt in zijn verzorger. Men zal zien na enige tijd dat de vogels na je toe komen als men naar het verblijf toe loopt af als men er voorbij loopt dat de vogel met je mee vliegt. Ook bestaat het als men in het verblijf is dat de vogel uit de hand eet of gewoon op je schouder komt zitten. Dit vertrouwen krijgt men als je de vogels rustig benaderd en geen plotselinge bewegingen maakt waar de vogels van schrikken. Men kan heel veel plezier aan deze vogels beleven.

 

GESCHIKTE BEHUIZING
De Roodkopparkiet kan men houden in ruime broedkooien, vluchten of volière. Een minimale afmeting voor een broedkooi is 50 x 50 x120 cm BxHxL. Bij een volière moet men al denken aan 3 x 2 x 2 meter hoog en daarbij een nachthok van 1 x 1 x1.80 hoog. Vluchten van 4 aan 5 meter lang een breedte van 1 meter en 2 tot 2.50m hoog. Ook daar moet een nachthok aanwezig zijn. Ik zelf vind broedkooien te klein voor deze vogels, ze zijn vrij beweeglijke en drukke vogels dus mijn voorkeur gaat uit naar een ruime volière waar ze lekker kunnen vliegen en klauteren. Een goede bewegingsruimte is goed voor deze vogels want in broedkooien zal men al snel zien dat er vervetting optreed bij de vogels. Deze vogels zijn eigenlijk nestslapers dus een broedblok/nestkast dient dus ook tot hun beschikking te zijn en wordt ook altijd gebruik van gemaakt. Zeker in de wintermaanden is dit een uitkomst voor deze vogels en zeker als de nestkast voorzien is van een schone laag houtkrullen of snippers.

 

OMGEVINGSTEMPERATUUR
Deze vogel is een vogel die van warmte houd. Het is daarom belangrijk dat de vogels zich in de wintermaanden terug kunnen trekken in een wind en tochtvrij binnen verblijf. Ook net voor en na de winter moet men opletten, overdag voelt het allemaal lekker aan maar ‘s nachts kan het soms verraderlijk afkoelen. Wanneer de vogels de beschikking hebben over een geïsoleerd nachthok en een buitenvlucht op een beschutte plek, hoeven er geen extra maatregelen genomen te worden tijdens de wintermaanden.

 

VOEDSEL
Het hoofd gerecht voor deze vogels bestaat uit een goed zaadmengsel voor grote parkieten. Naast het hoofdgerecht kan men ook nog een mengsel geven van geweekte kiemzaden en eivoer. De verhouding houdt men één op één. Men kan de vogels dagelijks een klein portie groenvoer/fruit geven. De vogels dienen altijd scherpe maagkiezel, grit of oesterschelpen tot hun beschikking te hebben. Net als bij alle andere vogels moet er iedere dag voldoende, schoon en fris drinkwater aanwezig zijn.

 

KWEEK
Deze vogels beginnen eind april begin mei met hun broedproces. Hang een broedblok/kast met ongeveer een afmeting van 20 x 20 x 50 cm hoog in de volière en voorzie deze van een laag houtkrullen/snippers of wat potgrond. De blok kan men het beste op een wat donkere plaats hangen met het invlieggat afgewend van het licht, zodat het licht niet in de blok schijnt. Het vlieggat moet ongeveer een doorsnede hebben van 6 cm. Om het de vogels wat makkelijker te maken met de blok in en uit gaan kan men onder het vlieggat aan de binnenzijde wat krammen aanbrengen. Ook kan men een reepje vogelgaas aanbrengen. De pop van deze vogelsoort heeft meestal een legsel van 6 tot 10 eitjes die zij ongeveer 20 tot 22 dagen bebroed. De tijd van het uitkomen van de eitjes hangt af van verschillende factoren zoals de temperatuur in die periode en met welk eitje is de pop begonnen met broeden. Als de jonge voorzien moeten worden van en vaste voetring dan moet dit gebeuren bij een leeftijd tussen de 8 en 12 dagen. Dit hangt weer af van de grootte van het legsel hoe kleiner het legsel hoe sneller men de jongen moeten ringen. Als de jongen zeven aan acht weken oud zij beginnen ze met uitvliegen. De jongen worden dan nog enkele weken door de ouders bij/gevoerd. Dit kan soms nog twee aan drie weken zijn. Tijdens het groot brengen gebeurd het regelmatig dat de ouders weer over gaan naar een 2e legsel. Het is af te raden om meer als 2 legsels per seizoen te doen.

BIJZONDERHEDEN
De Roodkopparkiet moet geringd worden met ringmaat: 6.0mm in tegenstelling tot veel andere kleinere Pyrrhura’s die met ringmaat 5.5 geringd worden.